Naar hoofdinhoud
1.. De afschrijving van een investering geschiedt in het aantal jaren dat is vastgelegd in de afschrijvingstabel behorende bij deze verordening. Investeringen met economisch nut af met een vast percentage per jaar van de aanschaffingswaarde van een object en wordt zo lang voortgezet tot het object geheel is afgeschreven. Tenzij in deze verordening of bij een afzonderlijk besluit anders is bepaald. 2.. Uitgezonderd gronden, terreinen en aandelen, worden investeringen kleiner dan € 10.000,- of met een levensduur korter dan drie jaar niet geactiveerd maar ineens als kosten verantwoord. 3.. Kosten van uitbreidingen of verbeteringen aan een object worden afgeschreven over de resterende afschrijvingstermijn van dit object, c.q. samen met de boekwaarde over de nieuw te schatten levensduur van het object. 4.. Objecten met uitsluitend een maatschappelijk nut worden regulier afgeschreven. 5.. Als voor een object een bijdrage in de aanschaffingswaarde is verkregen, wordt deze bijdrage in mindering op de aanschaffingswaarde gebracht en wordt over het verschil afgeschreven. 6.. Als investeringen in een periode langer dan één kalenderjaar worden gerealiseerd, wordt jaarlijks rente over de boekwaarde per 31 december bijgeschreven. 7.. Als de gebruiksduur van een afzonderlijk object aanmerkelijk korter is dan in de afschrijvingstabel is aangegeven, kunnen burgemeester en wethouders onder opgaaf van redenen van de afschrijvingstabel afwijken.

Rechtspraak bij dit artikel