Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bewonersvergunning

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit parkeren Rotterdam 2013

1.Het college verleent, onverminderd de artikelen 2 en 3, op aanvraag een bewonersvergunning aan een bewoner, indien: de aanvrager volgens de GBA woonachtig is in de sector of in de CBS subbuurt die aan de sector grenst waarvoor de vergunning is aangevraagd, en; de aanvrager woonachtig is in een gebouw of gebouwencomplex zonder een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening; de aanvrager kentekenhouder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd; de aanvrager een motorvoertuig gebruikt van het bedrijf waarbij hij in loondienst is en waarbij het motorvoertuig op naam staat van het bedrijf danwel sprake is van een leaseovereenkomst op naam van het bedrijf; of de aanvrager feitelijk gebruiker is van een motorvoertuig dat voor ten minste drie maanden van een autoverhuurbedrijf is gehuurd of geleaset. Indien de aanvraag een motorvoertuig met een niet-Nederlands kenteken betreft, wordt, onverminderd het eerste lid, op aanvraag een vergunning verleend indien aan de BPM-plicht is voldaan of er sprake is van BPM-vrijstelling. In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt een vergunning voor maximaal 12 maanden verleend indien de aanvrager beschikt over een geldig arbeidscontract, in Rotterdam woont en werkt en niet wordt ingeschreven in de GBA. In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt eenmalig een vergunning op het nieuwe woonadres verleend voor maximaal 12 maanden, indien de aanvrager verhuist en tijdelijk twee woonadressen heeft, maar nog niet op het nieuwe woonadres staat ingeschreven bij de GBA en met een koop- of huurcontract het nieuwe woonadres kan aantonen. In afwijking van artikel 2, tweede lid, wordt een vergunning verleend aan de partner of een familielid van een overleden vergunninghouder, die volgens de GBA op hetzelfde adres staat ingeschreven als de overleden vergunninghouder. Een verzoek hiertoe dient binnen drie maanden na het overlijden van de vergunninghouder te worden ingediend. In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt een vergunning verleend aan de beheerder van de jachthavens in de Veerhaven of de Entrepothaven, ten behoeve van de vaste gebruiker van een ligplaats, tot het maximum dat is gekoppeld aan de parkeernorm voor jachthavens. Voor vergunningen binnen één huishouden wordt het tarief van de eerste vergunning, zoals opgenomen in de Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2013, aan één van de vergunningen toegewezen. In afwijking van het eerste lid, onder b, wordt uitsluitend een vergunning voor maximaal 12 maanden verleend indien de aanvrager aantoont dat aanvrager op het moment van de aanvraag feitelijk niet over de bij het gebouw of gebouwencomplex behorende of toegewezen parkeervoorziening beschikt of had kunnen beschikken. Vijfmaal per kalenderjaar mag de vergunninghouder met een ander voertuig gebruik maken van de vergunning voor een periode van maximaal twee weken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel