Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Bedrijfsvergunning

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit parkeren Rotterdam 2013

1.. Het college verleent, onverminderd de artikelen 2 en 3, op aanvraag een bedrijfsvergunning aan een bedrijf, indien: a.. het bedrijf blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel gevestigd is in de sector of in de CBS subbuurt die aan de sector grenst; b.. het bedrijf gevestigd is in een gebouw of gebouwencomplex zonder bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening; c.. het bedrijf kentekenhouder van het motorvoertuig is of krachtens een lease- of huurovereenkomst voor ten minste drie maanden feitelijk gebruiker is van het motorvoertuig; en d.. het bedrijf aannemelijk maakt dat het motorvoertuig, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, nodig is voor de uitoefening van het beroep, het bedrijf of de functie, en niet ten behoeve van woon-werkverkeer; e.. de rechtsvorm van het bedrijf een eenmanszaak, maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap is en de eigenaar van de eenmanszaak, de maten van de maatschap of de vennoten van de vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap in de gemeentelijke basisregistratie in Nederland of daarbuiten staan geregistreerd. 2.. Bij de eerste vergunning wordt ervan uitgegaan dat automatisch is aangetoond dat aan het eerste lid, onderdeel d is voldaan. 3.. In afwijking van het eerste lid, onder c, wordt een vergunning verleend, indien wordt aangetoond dat de kentekenhouder van het motorvoertuig, waarvoor het bedrijf een vergunning aanvraagt, in loondienst is bij dat bedrijf. 4.. In afwijking van het eerste lid, onder c, wordt op verzoek een niet-kentekengebonden vergunning verleend wanneer de aanvrager een schoolbestuur is of wanneer het bedrijf motorvoertuigen van derden onderhoudt en repareert. 5.. Met inachtneming van de artikelen 2, 3 en 7 wordt op aanvraag aan een schoolbestuur een maximum aan vergunningen verleend gelijk aan de helft van het totaal aantal docenten dat op aanvraagdatum in dienst is van het betrokken bestuur en werkzaam op de vestiging in gereguleerd gebied waarvoor de aanvraag is gedaan. 6.. Indien de uitkomst van de berekening in het vorige lid leidt tot een breuk vindt afronding naar boven plaats. 7.. Een schoolbestuur kan in aanmerking komen voor een hoger aantal vergunningen dan het maximum genoemd in het vijfde lid, indien het specifieke belang van een bepaalde school dit naar het oordeel van het college vereist. 8.. In afwijking van het eerste lid, onder b, wordt uitsluitend een vergunning voor maximaal 12 maanden verleend indien de aanvrager aantoont dat aanvrager op het moment van de aanvraag feitelijk niet over de bij het gebouw of gebouwencomplex behorende of toegewezen parkeervoorziening beschikt of had kunnen beschikken. 9.. Vijfmaal per kalenderjaar mag de vergunninghouder met een ander voertuig gebruik maken van de vergunning voor een periode van maximaal twee weken.

Rechtspraak bij dit artikel