Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde

Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden

Het wettelijk kader luidt als volgt: Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van een bestemmingsplan een omgevingsvergunning verlenen voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 10 meter, en de oppervlakte niet meer dan 50 m². Hiervoor zal per geval een afweging gemaakt worden, waarbij gebruik zal worden gemaakt van het algemeen afwegingskader. Daarnaast gelden de volgende specifieke beleidsregels: A. Voor een erfafscheiding voor de voorgevellijn en 1 meter daarachter: uitsluitend bij bedrijfsgebouwen en woningen die de bestemming ‘landhuizen’ hebben of daarmee vergelijkbare kavels en/of woningen; de hoogte bedraagt niet meer dan 2 meter; de verkeersveiligheid komt niet in gevaar; de ruimtelijke kwaliteit wordt voldoende gewaarborgd. Dit kan ter beoordeling voorgelegd worden aan de WMC/een stedenbouwkundige. B. Voor een erfafscheiding op een naar de weg gekeerd zijerf bij hoekwoningen: - de hoogte bedraagt niet meer dan 2 meter; - de verkeersveiligheid komt niet in gevaar; - de ruimtelijke kwaliteit wordt voldoende gewaarborgd. Dit kan ter beoordeling voorgelegd worden aan de WMC/een stedenbouwkundige. C. Voor een onoverdekt zwembad bij een woning (binnen en buiten de bebouwde kom): - het zwembad wordt minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevellijn van de woning gebouwd; - de oppervlakte van het zwembad bedraagt maximaal 15% van het zij- en achtererf met een maximum van 50 m²; - het zwembad heeft niet tot gevolg dat het zij- en achtererf voor meer dan 50% wordt bebouwd; - de afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 1 meter; - de betreffende grond staat op basis van het bestemmingsplan ten dienste van de woning; - het afwijken heeft niet tot gevolg dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad. D. Voor horeca terrasoverkappingen: - er mag geen sprake zijn van een permanent gesloten dak; - indien gecombineerd met een wind-/terrasscherm moet de ruimte tussen - de bovenzijde van het wind-/terrasscherm en de onderzijde van het uitvalscherm minimaal 1 meter bedragen; - de totale hoogte bedraagt maximaal 4 meter; - bij horeca terrasoverkappingen dienen de uitvalschermen onder een hellingshoek van 20 graden gemonteerd te worden; - de afstand tussen een horeca terrasoverkapping en de voorgevels van omliggende bebouwing moet minimaal 3 meter bedragen; - voor de terrasoverkapping is goedkeuring nodig van de WMC; - de overkapping is enkel toegestaan indien een terras is toegestaan op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening. E. Voor horeca parasols: - de parasol mag enkel boven het terras worden geplaatst (de parasol mag niet uitsteken boven de openbare weg); - de totale hoogte bedraagt maximaal 5 meter; - de afstand tussen een parasol en de voorgevels van omliggende bebouwing moet minimaal 3 meter bedragen; - voor de parasol is goedkeuring nodig van de WMC; - de parasol is enkel toegestaan indien een terras is toegestaan op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening. F. Voor horeca terrasschermen: - het terrasscherm wordt in geheel doorzichtige uitvoering of met een lage borstwering van maximaal 0,5 meter en daarboven geheel doorzichtig materiaal uitgevoerd; - de totale hoogte bedraagt maximaal 1,5 meter boven het straatniveau; - de terrasschermen zijn enkel toegestaan indien een terras is toegestaan op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening.

Rechtspraak bij dit artikel