**1..** Aan de ambtenaar waarvan de bezoldiging - als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in de artikelen 13 en 14,lid 2 - een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien:
die blijvende verlaging tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en een vaste toelage als bedoeld in artikel 11;
de ambtenaar de toelage als bedoeld in de artikelen 13 en 14,lid 2 direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 60 jaar of ouder wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in de artikelen 13 en 14, lid 2 een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, indien de ambtenaar de toelage als bedoeld in de artikelen 13 en 14,lid 2 direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**3..** De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, indien de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt en hij onmiddellijk voor de aanvang van die toelage gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in artikelen 13 en 14, lid 2 heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid.
**4..** Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.
**5..** De toelagen als bedoeld in de artikelen 13 en 14, lid 2 worden in 4 jaar afgebouwd:
Eerste jaar: behoud van 75% van de oorspronkelijke toelagen
Tweede jaar: behoud van 50% van de oorspronkelijke toelagen
Derde jaar: behoud van 25% van de oorspronkelijke toelagen
Vierde jaar: Toelagen zijn volledig afgebouwd.