**1..** Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan
behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
moet worden herplant.
**2..** Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid
gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke
termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde
beplanting moet worden vervangen.
**3..** Een vergunning kan worden verleend onder de voorwaarde van
feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van
de vergunning, oftewel tot het moment dat:
de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is
verstreken zonder dat bezwaar of beroep is
ingediend;
beslist is op een verzoek om een voorlopige
voorziening;
beslist is op het beroep van derden en geen
verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan.
**4..** Tot de aan de vergunning te verbinden voorschrift kan behoren
dat het voorschrift dat eerst tot het vellen of doen vellen mag
worden overgegaan indien andere vergunningen of ruimtelijke
ordeningsprocedures onherroepelijk zijn geworden en/of de
financiële voortgang van werken voldoende is gewaarborgd.
Hoofdstuk 11 › Afdeling 2:
Artikel 11.2.5
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006