In deze verordening wordt verstaan onder:
De wet: de Wet werk en bijstand
Referteperiode: een periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum
Peildatum: de datum waarop de belanghebbende langdurig een laag inkomen heeft en langdurig geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet
Langdurig: 60 maanden
Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien
Pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet
Bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onder c van de wet
Gehuwden: zij die zijn gehuwd en niet duurzaam gescheiden leven, en zij die daarmee op grond van artikel 3 van de wet worden gelijkgesteld