**a..** In deze verordening wordt verstaan onder:
afstand van de gronden aan de gemeente:
eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente.
exploitant: de eigenaar of rechthebbende
wiens in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaak in
exploitatie wordt gebracht.
exploitatiegebied: het als zodanig door de
gemeenteraad aangewezen gebied, waarvan de exploitanten op basis
van de regels van deze verordening bijdragen aan de ten behoeve
van dat gebied te treffen voorzieningen van openbaar nut.
exploitatieopzet: het vanwege de gemeente op
te stellen overzicht van de kosten en baten van het
exploitatiegebied teneinde de mogelijkheid van het (volledig)
verhaal van de gemeentelijke kosten op de exploitanten te
beoordelen.
exploitatieovereenkomst: de overeenkomst
bedoeld in artikel 5 van deze verordening.
(medewerking verlenen aan) in exploitatie
brengen: het (medewerking verlenen aan het)
treffen van voorzieningen van openbaar nut en anderszins,
waardoor onroerende zaken die in het exploitatiegebied liggen
gebaat worden, dat wil zeggen geschikt of beter geschikt voor
bebouwing worden, dan wel anderszins in een voordeliger positie
komen te verkeren.
(treffen van) voorzieningen van openbaar nut:
(het verrichten van) onder andere de in lid b vermelde werken en
werkzaamheden binnen een exploitatiegebied, alsmede het
verrichten daarvan buiten het exploitatiegebied voor zover door
deze werken en werkzaamheden de binnen het exploitatiegebied
liggende onroerende zaken direct dan wel indirect gebaat
zijn.
**b..** De volgende werken en werkzaamheden worden tenminste beschouwd als
voorzieningen van openbaar nut in de zin van deze verordening:
het dempen van sloten en verrichten van grondwerk met inbegrip
van het egaliseren, ophogen en afgraven van percelen;
de aanleg, vernieuwing en wijziging van riolering, met inbegrip
van het realiseren van de daarbij behorende werken, alsmede
waterhuishoudkundige werken zoals drainage;
het realiseren van alle weg- en waterbouwkundige werken,
waaronder wegen, parkeervoorzieningen, pleinen, trottoirs, voet-
en rijwielpaden, straatmeubilair, alsmede waterpartijen,
watergangen, drainages, bruggen, tunnels, viaducten en alle
andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende
werken;
de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzieningen,
waaronder begrepen de aanleg en inrichting van openbare
speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende elementen welke
rechtstreeks voortvloeien uit een juiste uitvoering van een
verzorgd bestemmingsplan;
de plaatsing van openbare verlichting, verkeers- en andere
borden, verkeersregelinstallaties en brandkranen met de nodige
aansluitingen;
het verrichten van bodemonderzoek en -sanering van de ondergrond
van openbare voorzieningen, voor zover die niet op andere wijze
verhaald of gesubsidieerd kunnen worden;
het treffen van milieutechnisch en ecologisch noodzakelijke
maatregelen en voorzieningen ter uitvoering van een
bestemmingsplan, zoals geluidsvoorzieningen en noodzakelijke
verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven buiten het
exploitatiegebied;
de verwerving van de ondergrond van openbare voorzieningen;
het slopen van opstallen op, in of boven de ondergrond van
voorzieningen van openbaar nut;
alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een
doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar nut.
**c..** Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente aangelegd, tenzij
de aanleg behoort tot de taken van een ander overheidslichaam, of de
gemeenteraad uitdrukkelijk heeft ingestemd met gehele of gedeeltelijke
aanleg door de exploitant. De gemeenteraad neemt geen besluit om aanleg
door de exploitant toe te staan dan nadat gebleken is, dat een
kwalitatief goede uitvoering zowel feitelijk als financieel is
gewaarborgd, daartoe voldoende garantie is gesteld en ook overigens geen
zwaarwegende of beleidsmatige belemmeringen voor een zodanige werkwijze
bestaan.
Artikel 1.
Algemene bepalingen
Onderdeel van Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden