Naar hoofdinhoud
Het dagelijks bestuur bestaat uit tien leden door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, te weten: het door Provinciale Staten aangewezen lid dat door het algemeen bestuur tot voorzitter is benoemd; het door de raad van de gemeente Rotterdam aangewezen lid dat door het algemeen bestuur tot plaatsvervangend voorzitter is benoemd; de overige leden zijn de leden van het algemeen bestuur zoals aangegeven in artikel 4, lid 1 onder c. De in lid 1 bedoelde leden hebben in de vergaderingen van het dagelijks bestuur een stem. Het algemeen bestuur kan tevens een plaatsvervanger per lid van het dagelijks bestuur aanwijzen. Het lid dat ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. Het algemeen bestuur kan vooruitlopend op een spoedige toetreding tot het Koepelschap van nieuwe deelnemers, voor wat betreft de aanwijzing van de leden van dagelijks bestuur, afwijken van het gestelde in lid 1, onder c van dit artikel. Zij zal aan deze bijzondere aanwijzing van leden wel nadere eisen (kunnen) stellen. Ingeval een aanwijzing van een lid van het dagelijks bestuur niet zijnde een lid van het algemeen bestuur geschiedt, kunnen maximaal vier van de acht bedoelde dagelijks bestuursleden van buiten de kring van het algemeen bestuur worden aangewezen. Het totaal aantal leden van het dagelijks bestuur kan daardoor niet boven de tien uitkomen. De vier leden kunnen met inachtneming van het gestelde in artikel 14, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 4, lid 2 van deze regeling niet de functie van (plaatsvervangend) voorzitter vervullen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel