**1..** De leden van het algemeen bestuur bedoeld in artikel 5, de leden 2 en 6, treden af op de dag, dat de leden van een gemeenteraad aftreden.
**2..** De leden van het algemeen bestuur bedoeld in artikel 5, lid 4, treden af op de dag dat de leden van provinciale staten aftreden.
**3..** Aftredende leden kunnen opnieuw als lid van het algemeen bestuur worden aangewezen.
**4..** Indien tussentijds een plaats van een lid van het algemeen bestuur open valt, wijzen de gemeenteraden van de groep, waarin de vacature is ontstaan, op voordracht van het bestuur van de Vereniging van Zuidhollandse Gemeenten, zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Ten aanzien van de in artikel 5, vierde en zesde lid bedoelde leden geldt, dat de aldaar genoemde besturen zo spoedig mogelijk in de vacature voorzien.
**5..** Een tussentijds benoemd lid treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats hij/zij is benoemd, had moeten aftreden.
Hoofdstuk 4:
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Bestuursacademie Zuid-Holland