**1..** De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij geven daarvan onverwijld kennis aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Een aftredend lid behoudt de hoedanigheid van lid tot het tijdstip, dat zijn opvolger is benoemd.
**2..** Bij periodieke aftreding blijven de leden van het algemeen en van het dagelijks bestuur als zodanig in functie, totdat in hun opvolging is voorzien.
**3..** Het lidmaatschap van een lid van het algemeen bestuur, als bedoeld in het tweede, vierde en zesde lid van artikel 5, eindigt, anders dan in de gevallen als bedoeld in de voorgaande leden van dit artikel, van rechtswege, wanneer het lid niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 5, derde, vijfde of zevende lid.
Hoofdstuk 4:
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Bestuursacademie Zuid-Holland