De wet bevat geen bepalingen omtrent terugvordering van voorzieningen, daarom wordt deze mogelijkheid opgenomen in de verordening. Zo is er een juridische basis om voorzieningen terug te vorderen. Indien er, naar later blijkt, ten onrechte is uitbetaald of geleverd (voorziening in natura) is, kan het college de voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Naast terugvorderen heeft het college bij sommige voorzieningen ook de mogelijkheid tot verrekening met nog uit te keren (periodieke) betaling(en) op grond van de wet en/of nog uit te nog uit te keren (periodieke) betaling(en) op grond van de Wet werk en bijstand (artikel 4.8 Besluit Maatschappelijke ondersteuning).
In de situaties dat wordt teruggevorderd biedt het terugvorderingsbesluit geen executoriale titel, zoals bijvoorbeeld in de Wet werk en bijstand het geval is. Er is wel sprake van een civielrechtelijke vordering op grond van onverschuldigde betaling waarvoor het Burgerlijk Wetboek, boek 6 artikel 203 e.v. de wettelijke basis biedt.
Terugvordering van de voorziening kan alleen als belanghebbende door het herzienings-intrekkingsbesluit ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan belanghebbende is verleend. Dit staat in artikel 6.4 van de Verordening. Een herziening/intrekking van een besluit hoeft dus niet per definitie tot een terugvordering te leiden. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 3:4, tweede lid) mag de terugvordering niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doel. Ook wordt uit oogpunt van algemene beginselen van behoorlijk bestuur bij ieder te nemen besluit tot terugvordering bezien of er een reden tot matiging van dat besluit is. Naast matiging kunnen er dringende redenen zijn, die het geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering rechtvaardigen. De redenen zijn niet nader gedefinieerd en kunnen in beginsel in de persoon zelf zijn gelegen en/of zijn grondslag vinden in andere omstandigheden. De argumenten om van terugvordering af te zien moeten zwaarwegend van aard zijn. In gevallen waarin eerst een herziening- of intrekkingbesluit aan de orde is kan van een dergelijk besluit reeds worden afgezien wegens een dringende reden. In dat geval is er ook geen grond tot het nemen van een terugvorderingbesluit.
Artikel 6.4
Terugvordering en verrekening
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eindhoven (2013)