De aanspraak op voorzieningen is beperkt tot personen die woonplaats hebben
in de gemeente Den Haag. Indien na aanvang van een voorziening de woonplaats
van een rechthebbende wijzigt, is het college bevoegd te bepalen of de
voorziening desondanks kan worden voortgezet. Van toepassing is artikel 40,
lid 1 van de wet.