1.. Het college verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde, die deeltijdarbeid verricht na elk half jaar een premie. De hoogte van de premie komt overeen met hetgeen in artikel 31, lid 2 sub r van de wet is bepaald en is in duur beperkt tot maximaal twee jaar.

Het recht op de premie wordt achteraf vastgesteld.

2.. De toekenning van de premie onder lid 1 geschiedt ambtshalve.

3.. Van het recht op een premie zoals bedoeld onder lid 1 is uitgesloten de persoon die recht heeft op de inkomstenvrijlating uit hoofde van artikel 31 lid 2, sub r of n van de wet.

4.. De premie deeltijdwerk is niet van toepassing op de persoon die jonger is dan 27 jaar.