Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag
waarop zij is bekendgemaakt.
De Monumentenverordening 2010, vastgesteld d.d. 22 april 2010 en
laatstelijk gewijzigd op 16 februari 2012, komt met de
inwerkingtreding van deze verordening te vervallen.
De op grond van de Monumentenverordening 2010 aangewezen
gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden en stads- en
dorpsgezichten, worden geacht te zijn aangewezen en
geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
Lopende procedures die beogen dat monumenten, panden en/of
stads- en dorpsgezichten worden aangewezen als beschermd
gemeentelijk monument, beschermd beeldbepalend pand dan wel als
beschermd stads- en dorpsgezicht overeenkomstig voorgaande
monumentenverordeningen, worden afgehandeld overeenkomstig de
bepalingen van de Monumentenverordening 2010.
Verzoeken om een vergunning op grond van artikel 17, 22 en 23,
voor zover het gedeeltelijke afbraak betreft, die zijn ingediend
vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden
afgehandeld met inachtneming van de bepalingen van de
Monumentenverordening 2010.
Werkzaamheden die leiden tot een verstoring van de bodem in een
archeologisch verwachtingsgebied dieper dan 50 cm in het
stedelijk gebied of dieper dan 35 cm in het landelijk gebied en
die hun aanvang hebben genomen vóór de inwerkingtreding van deze
verordening, worden afgehandeld met inachtneming van de
bepalingen van de Monumentenverordening 2010.