Het college kan al dan niet op verzoek van belanghebbenden,
indien feiten en omstandigheden gewijzigd zijn, de aanwijzing
als beschermd gemeentelijk monument intrekken.
Artikel 4, tweede lid, en artikel 5, eerste en vierde lid, zijn
van overeenkomstige toepassing op het intrekkingsbesluit.
Indien een beschermd gemeentelijk monument naar het oordeel van
het college geheel of nagenoeg geheel teniet is gegaan of indien
het monument wordt ingeschreven in het register als bedoeld in
artikel 6, eerste lid of artikel 7 van de Monumentenwet 1988,
dan is de aanwijzing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van
rechtswege vervallen.
Het college registreert de intrekking van de aanwijzing en de
zich op basis van het derde lid voordoende omstandigheden op de
gemeentelijke monumentenlijst.