**1..** De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de gehuwden lagere algemene noodzakelijke kosten van bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt, indien het betreft:
gehuwden die op basis van een aantoonbare zakelijke overeenkomst inwoning verschaffen aan een ander, 10% van het netto minimumloon;
gehuwden die uitsluitend met een of meer bloedverwanten in de eerste graad van 21 jaar of ouder een woning delen, die geen onderwijs of een beroepsopleiding volgen zoals bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 of in hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, 10% van het netto minimumloon;
gehuwden die inwoning hebben van een ander, waarbij niet kan worden aangetoond dat deze inwoning plaatsvindt op basis van een aantoonbare zakelijke overeenkomst, 20% van het netto minimumloon.
Artikel 4
Verlaging norm gehuwden bij delen van kosten met een ander
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen bijstandsnorm 2006