In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand.
normbedrag: het toepasselijk naar leefvorm vastgestelde
normbedrag voor personen van
21 tot 65 jaar als bedoeld in artikel 21 van de wet.
toeslag: het verhogen van het normbedrag voor alleenstaanden
en alleenstaande ouders
met ten hoogste20% van het normbedrag voor
gehuwden.
verlagen: het verlagen van het normbedrag voor gehuwden met
ten hoogste 20 % van het
normbedrag voor gehuwden.
woonkosten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het enkele
gebruik van woonruimte
waarin feitelijk verblijf wordt gehouden.
woonlasten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het
(mede)gebruik van voorzieningen,
aanwezig in de woonruimte, waarin feitelijk verblijf wordt
gehouden.
onderhuur/medebewonen op commerciële basis: het
onderhuren/medebewonen van woonruimte of een deel ervan op
contractbasis, waarbij
het te onderhuren/mede-te-bewonen deel zelfstandig
geschikt is voor bewoning,
de prijs per maand voor het medebewonen minstens
gelijk is aan 15% van hetnormbedrag voor
gehuwden en
de onderhuurder/medebewoner staat ingeschreven in de
basisadministratie van de
gemeente op het onderhuur-/medebewoonadres.
hoofdbewoner: een belanghebbende die eigenaar of
hoofdhuurder is van woonruimte en
die in de woonruimte hoofdverblijf heeft.
WSF-/WTOS-kind: een kind dat een basisbeurs ontvangt
ingevolge de Wet op de Studie-
financiering 2000 dan wel een tegemoetkoming op grond van
de Wet tegemoetkoming
onderwijsbijdrage en schoolkosten.
schoolverlater: de persoon die recent de deelname heeft
beëindigd aan onderwijs of een
beroepsopleiding en die voor het onderwijs of de
beroepsopleiding aanspraak had op studiefinanciering WSF of
op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage of
schoolkosten op grond van de WTOS.
zorgbehoevende: een belanghebbende die, als niet te samen
met een ander de woning zouworden bewoond, op basis van een
indicatiestelling zou zijn aangewezen op beroepsmatige hulp
zoals verzorging in een instelling die zich blijkens haar
doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden
van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende
hulpbehoevenden. Onder beroepsmatige hulp wordt mede
begrepen een situatie waarin thuiszorg het alternatief is
voor ambulante zorg of dagverpleging in een
zorg-/verpleeg-instelling.
Een WSF-/WTOS-kind wordt voor de toepassing van deze verordening
geacht een inkomen te hebben van minder dan 50% van het
minimumloon.
Artikel 1.
Begripsomschrijving.
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand