De rechtsgronden voor het verhogen of het verlagen van het normbedrag
zijn:
het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van de algemeen
noodzakelijke kosten van het
bestaan met een of meer anderen;
de woonsituatie waaronder begrepen het niet aanhouden van een
woning;
het zijn van schoolverlater en
het zijn van 21– of 22-jarige alleenstaande voor wie, gezien de
hoogte van het wettelijk minimumjeugdloon, de toeslag een
belemmering kan vormen voor het aanvaarden van arbeid.
Artikel 2.
De rechtsgronden.
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand