Een alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in artikel 6,
recht op een toeslag van 20% in de hierna onder a tot en
met c genoemde gevallen als hij:
alleen een woning bewoont en hij voor die woning woonkosten
verschuldigd is;
onderhuurder of medebewoner is op commerciële basis en hij
niet is een bloedverwant
in de eerste graad van de hoofdbewoner;
als hoofdbewoner hoofdverblijf heeft in de woning met
uitsluitend één of meer eerste
graads bloedverwanten van 18 tot 21 jaar en/of van 21 jaar
of ouder met (elk) een
inkomen tot 50% van het minimumloon, en hij voor die woning
woonkosten
verschuldigd is.
Een alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in artikel 6,
recht op een toeslag van 15% in de hierna onder a en b
genoemde gevallen als hij:
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning op
commerciële basis hoofdverblijfgeeft aan uitsluitend één of
meer onderhuurders of medebewoners, die geen bloedverwant
zijn in de eerste graad van de hoofdbewoner, en hij voor die
woning woonkosten of woonlasten verschuldigd is en
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning
hoofdverblijf heeft met uitsluitend één of meer
bloedverwanten in de eerste graad van 21 jaar of ouder van
wie tenminste een bloedverwant een inkomen heeft
van50% of meer van het netto minimumloon, al
dan niet in combinatie met een of meer bloedverwanten in de
eerste graad van 18 tot 21 jaar en hij voor die woning
woonkosten of woonlasten verschuldigd is.
Een alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in artikel 6,
recht op een toeslag van 10% in de hierna onder a tot en
met c genoemde gevallen als hij:
alleen een woning bewoont en hij voor die woning uitsluitend
woonlasten verschuldigd is;
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning
hoofdverblijf heeft met uitsluitend één of meer
bloedverwanten in de eerste graad van 18 tot 21 jaar en/of
van 21 jaar of ouder met (elk) een inkomen tot50%
van het netto minimumloon, en hij voor die woning
uitsluitend woonlasten verschuldigd is en
als hoofdbewoner hoofdverblijf heeft in de woning met een of
meer bloedverwanten inde eerste graad van 21 jaar of ouder
met (elk) een inkomen van 50% of meer van het minimumloon en
meteen of meer onderhuurders of medebewoners op commerciële
basis.
Artikel 4.
Toeslag voor een alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar.
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand