Een alleenstaande van 21 jaar heeft geen recht op een toeslag.
Een alleenstaande van 22 jaar heeft, onverminderd het bepaalde in
artikel 6, recht op een toeslag van 5% in de hierna onder
a tot en met c genoemde gevallen als hij:
alleen een woning bewoont en hij voor die woning woonkosten
of woonlasten
verschuldigd is;
onderhuurder of medebewoner is op commerciële basis en hij
niet is een bloedverwant
in de eerste graad van de hoofdbewoner;
als hoofdbewoner hoofdverblijf heeft in de woning met
uitsluitend een of meer bloedverwanten in de eerste graad en
hij voor die woning woonkosten of woonlasten verschuldigd
is.
Een alleenstaande van 23 tot 65 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in artikel 6, recht
op een toeslag van 20% in de hierna onder a tot en met c
genoemde gevallen als hij:
alleen een woning bewoont en hij voor die woning woonkosten
verschuldigd is;
onderhuurder of medebewoner is op commerciële basis en hij
niet is een bloedverwant
in de eerste graad van de hoofdbewoner;
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning
hoofdverblijf heeft met uitsluitendeen of meer
bloedverwanten in de eerste graad van 18 tot 21 jaar en/of
van 21 jaar of ouder met (elk) een inkomen tot50%
van het netto minimumloon, en hij voor
die woning woonkosten verschuldigd is.
Een alleenstaande van 23 tot 65 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in artikel 6, recht op een toeslag van 15% in de
hierna onder a en b genoemde gevallen als hij:
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning op
commerciële basis hoofdverblijfgeeft aan uitsluitend een of
meer onderhuurders of medebewoners, die geen bloedverwant
zijn in de eerste graad van de hoofdbewoner, en hij voor die
woning woonkosten of woonlasten verschuldigd is en
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning
hoofdverblijf heeft met uitsluitend een of meer
bloedverwanten in de eerste graad van 21 jaar of ouder van
wie tenminste een bloedverwant een inkomen heeft
van50% of meer van het netto minimumloon, al
dan niet in combinatie met een of meer bloedverwanten in de
eerste graad van 18 tot 21 jaar en hij voor die woning
woonkosten of woonlasten verschuldigd is.
Een alleenstaande van 23 tot 65 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in artikel 6, recht
op een toeslag van 10% in de hierna onder a tot en met c
genoemde gevallen als hij:
alleen een woning bewoont en hij voor die woning uitsluitend
woonlasten verschuldigd is;
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning
hoofdverblijf heeft met uitsluitendéén of meer
bloedverwanten in de eerste graad van 18 tot 21 jaar en/of
van 21 jaar of ouder met (elk) een inkomen tot50%
van het netto minimumloon, en hij voor die woning
uitsluitend woonlasten verschuldigd is en
als hoofdbewoner hoofdverblijf heeft in de woning met een of
meer bloedverwanten inde eerste graad van 21 jaar of ouder
met (elk) een inkomen van 50% of meer van het minimumloon en
meteen of meer onderhuurders of medebewoners op commerciële
basis.
Een alleenstaande van 23 tot 65 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in artikel 6, recht op een toeslag van 5% als
hijbij diens ouder(s) inwoont.