Het college kan overgaan tot vordering indien:
a. er sprake is van leegstand van een lesgebouw of een gymnastiekruimte zoals bepaald in artikel 30;
b. er sprake is van onderbenutting van een sportveld van een school voor voortgezet onderwijs, blijkend uit het lesrooster van de school of scholen die dat sportveld voor het onderwijs gebruiken.