Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 11

- Ter inzage legging, termijnen advies en vergunningverlening

Onderdeel van Monumentenverordening Best 2004

1.. Indien de aanvraag in behandeling wordt genomen, leggen burgemeester en wethouders de aanvraag op het gemeentehuis voor eenieder gedurende 2 weken ter inzage. De kennisgeving van de terinzagelegging wordt bekendgemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze, waarbij de mogelijkheid vermeld wordt om binnen een termijn van 2 weken zienswijzen naar voren te brengen bij burgemeester en wethouders. 2.. Na de terinzagelegging wordt de vergunningaanvraag aan de Monumentencommissie gezonden, vergezeld van de ingekomen zienswijzen. De Monumentencommissie brengt binnen 8 weken na de adviesaanvraag schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders en betrekt de beschrijving van het monument als bedoeld in artikel 6 bij haar advies. Eveneens zal waar nodig worden geraadpleegd: - het vigerende bestemmingsplan; - het (eventueel) van toepassing zijnde beeldkwaliteitsplan; - de (eventueel) van toepassing zijnde welstandscriteria; - de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant; - ander noodzakelijk materiaal dat van belang is voor een adequate advisering. 3.. Indien een bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht, kan de termijn van advisering door de Monumentencommissie met ten hoogste zes weken worden verlengd. 4.. Bij overschrijding van de in lid 2 en lid 3 genoemde termijnen wordt de Monumentencommissie geacht zich van advies te hebben onthouden. 5.. Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken na ontvangst van het advies van de Monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag van de vergunning. 6.. Burgemeester en wethouders kunnen de in lid 5 genoemde termijn van 16 weken met ten hoogste 10 weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de in lid 5 genoemde termijn van 16 weken. 7.. Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het bepaalde in lid 5 of lid 6 van dit artikel wordt de vergunning geacht te zijn geweigerd. 8.. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften verbinden in het belang van de monumentenzorg. 9.. Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende 6 weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist. 10.. Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de monumentenvergunning aan de Monumentencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel