Burgemeester en wethouders geven voor een kerkelijk monument geen
vergunning af ingevolge de bepalingen van artikel 9, lid 2 dan nadat
overeenstemming met de eigenaar is bereikt, indien en voorzover het een
beschikking betreft, waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de
godsdienst of de levensovertuiging in het beschermde gemeentelijk
monument in het geding zijn.