**1..** Burgemeester en wethouders leggen, na ontvangst van de
vergunningaanvraag tot wijziging, afbraak of verwijdering van een
rijksmonument, het verzoek onmiddellijk ter advisering voor aan de
directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en, indien het
beschermde monument ligt buiten de krachtens de Wegenverkeerswet
1994 vastgestelde bebouwde kom, aan Gedeputeerde Staten van de
provincie Noord-Brabant.
**2..** Burgemeester en wethouders leggen de aanvraag voor vergunning die in
behandeling is genomen op het gemeentehuis voor eenieder ter inzage.
Burgemeester en wethouders doen kennisgeving van de terinzagelegging
op de gebruikelijke wijze en vermeldt daarbij de mogelijkheid om
binnen een termijn van 2 weken zienswijzen naar voren te brengen bij
burgemeester en wethouders.
**3..** Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de aanvraag om
vergunning voor een rijks-monument met de eventuele ingediende
zienswijzen aan de Monumentencommissie na afloop van de termijn van
2 weken genoemd in artikel 12, lid 2 van de Monumentenwet 1988.
**4..** De Monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag om
vergunning binnen 8 weken na de datum van verzending van het
afschrift, zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel.
Deze termijn kan met ten hoogste 6 weken worden verlengd ingeval van
nader bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek of uitstel van de
vergadering van de Monumentencommissie, mits dit de maximale
behandelingstermijn niet in gevaar brengt.
**5..** Bij overschrijding van de in lid 4 genoemde termijnen wordt de
Monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.
**6..** Burgemeester en wethouders beslissen, zoals bepaald in artikel 16
lid 2 van de Monumentenwet, binnen 3 maanden na de datum van
ontvangst van het laatste van de adviezen, doch in ieder geval
binnen 6 maanden na de datum van de indiening van de aanvraag. Bij
archeologische monumenten beslist de minister op de
vergunningaanvraag.
**7..** Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het 6e
lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.
HOOFDSTUK 3
Artikel 14
- Vergunning voor beschermd rijksmonument
Onderdeel van Monumentenverordening Best 2004