Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 14

- Vergunning voor beschermd rijksmonument

Onderdeel van Monumentenverordening Best 2004

1.. Burgemeester en wethouders leggen, na ontvangst van de vergunningaanvraag tot wijziging, afbraak of verwijdering van een rijksmonument, het verzoek onmiddellijk ter advisering voor aan de directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en, indien het beschermde monument ligt buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant. 2.. Burgemeester en wethouders leggen de aanvraag voor vergunning die in behandeling is genomen op het gemeentehuis voor eenieder ter inzage. Burgemeester en wethouders doen kennisgeving van de terinzagelegging op de gebruikelijke wijze en vermeldt daarbij de mogelijkheid om binnen een termijn van 2 weken zienswijzen naar voren te brengen bij burgemeester en wethouders. 3.. Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een rijks-monument met de eventuele ingediende zienswijzen aan de Monumentencommissie na afloop van de termijn van 2 weken genoemd in artikel 12, lid 2 van de Monumentenwet 1988. 4.. De Monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag om vergunning binnen 8 weken na de datum van verzending van het afschrift, zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel. Deze termijn kan met ten hoogste 6 weken worden verlengd ingeval van nader bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek of uitstel van de vergadering van de Monumentencommissie, mits dit de maximale behandelingstermijn niet in gevaar brengt. 5.. Bij overschrijding van de in lid 4 genoemde termijnen wordt de Monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben. 6.. Burgemeester en wethouders beslissen, zoals bepaald in artikel 16 lid 2 van de Monumentenwet, binnen 3 maanden na de datum van ontvangst van het laatste van de adviezen, doch in ieder geval binnen 6 maanden na de datum van de indiening van de aanvraag. Bij archeologische monumenten beslist de minister op de vergunningaanvraag. 7.. Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het 6e lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel