**1..** De norm voor de alleenstaande (ouder) in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft of die in de woning van een ander zijn hoofdverblijf heeft, waaronder begrepen het hebben van een woonadres in een instelling voor maatschappelijke opvang, wordt verhoogd met een toeslag van 10% van de gehuwdennorm, behoudens het bepaalde in de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening.
**2..** In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande ( ouder) die het hoofdverblijf heeft in dezelfde woning als (een van) zijn ouders 5% van de gehuwdennorm.
**3..** In afwijking van het eerste en het tweede lid, bedraagt de toeslag voor de alleenstaande (ouder), behoudens het bepaalde in de artikelen 6, eerste lid, 7 en 8 van deze verordening, 20% van de gehuwdennorm indien de woning wordt bewoond met uitsluitend:
thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000, of;
asielzoekers met geen ander inkomen dan een toelage op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (Rva) 2005 en het Zelf Zorg Arrangement, of;
degenen die de belanghebbende als verzorgingsbehoeftige verzorgt of die als verzorgingsbehoeftige door de belanghebbende wordt verzorgd.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Niet alleenwonende alleenstaande (ouder)
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Gouda 2013