**1..** De norm voor gehuwden bij wie een ander zijn hoofdverblijf heeft of die in de woning van een ander hun hoofdverblijf hebben, waaronder begrepen het hebben van een woonadres in een instelling voor maatschappelijke opvang, wordt verlaagd met 10% van de gehuwdennorm.
**2..** In afwijking van het eerste lid vindt, behoudens het bepaalde in de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening, geen verlaging plaats indien de woning wordt bewoond met uitsluitend:
thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000, of;
asielzoekers met geen ander inkomen dan een toelage op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (Rva) 2005 en het Zelf Zorg Arrangement, of;
degenen die de belanghebbende als verzorgingsbehoeftige verzorgt of die als verzorgingsbehoeftige door de belanghebbende wordt verzorgd.