Lid 1
Wanneer voor de ambtenaar een salarisschaal volgens de oude structuur gaat gelden met een hoger maximum salaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal zodanig ingepast dat het te allen tijde minstens 1 periodieke verhoging uitgaat boven het salaris, dat de ambenaar in de oude schaal zou hebben genoten, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 7 en 9.
Lid 2
Wanneer voor de ambtenaar een salarisschaal volgens de nieuwe structuur gaat gelden met een hoger maximum salaris, wordt de ambtenaar ingeschaald op het naasthogere bedrag in de nieuwe schaal. In het geval dat het salarisverschil tussen dit naasthogere bedrag en het oude salaris minder bedraagt dan 75% van het salarisverschil tussen het oude salaris en het bedrag dat de ambtenaar aan salaris zou hebben ontvangen indien hij een periodieke verhoging in zijn oude schaal zou hebben gekregen, wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal ingeschaald op het bedrag dat direct volgt op het naasthogere bedrag.
Lid 3
Voor de berekening van het salaris in de nieuwe schaal op basis van het vorige lid, worden toegekende vaste toelagen die niet aan de functie of werkzaamheden blijven verbonden, in de nieuwe schaal ingepast. Deze toelagen vervallen voor zover zij het maximum van de nieuwe schaal niet te boven gaan.
Lid 4
Bij de toepassing van de vorige leden wordt het tijdstip, waarop ingevolge artikel 7 een salarisverhoging zou moeten worden toegekend, bepaald op de maand waarin deze nieuwe schaal gaat gelden, tenzij het college anders bepaalt.
Hoofdstuk
Artikel 10
Inpassing in nieuwe structuur salarisschalen
Onderdeel van Bezoldigingsverordening