Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13

Afbouwtoelage onregelmatige dienst

Onderdeel van Bezoldigingsverordening

Lid 1 Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 12, een blijvende verlaging ondergaat, welke ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage als bedoeld in artikel 3:7:8 van de Uitwerkingsovereenkomst, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Lid 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 55 jaar en ouder, wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 12, een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 5 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Lid 3 De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt en hij, onmiddellijk vóór de aanvang van die toelage, gedurende ten minste 5 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in artikel 12heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid. Lid 4 Voor de toepassing van de vorige leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan 2 maanden. Lid 5 Het college stelt, zo nodig, voor de toepassing van dit artikel nadere regels vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel