Het college kan aan een persoon bedoeld in artikel 1, onderdeel g van deze verordening, toestemming verlenen om met behoud van uitkering gedurende een periode van maximaal drie maanden onbeloonde werkzaamheden bij een potentiële werkgever te verrichten (proefplaatsing).
De proefplaatsing heeft tot doel dat de uitkeringsgerechtigde werkervaring opdoet, leert functioneren in een arbeidsrelatie en werkgever en werknemer aan elkaar kunnen wennen voordat een arbeidsrelatie wordt aangegaan.
De proefplaatsing kan, indien noodzakelijk, éénmaal met maximaal drie maanden worden verlengd. Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de noodzakelijkheid van de verlenging.
Van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel kan worden afgeweken indien het college dit noodzakelijk acht In dit geval wordt een schriftelijke overeenkomst opgesteld waarin wordt vastgelegd de leerdoelen, de duur en periode alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.
Het college plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien geen verdringing plaatsvindt.
De werkgever, waarbij de uitkeringsgerechtigde werkzaam is, dient een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de proefplaatsing af te sluiten.
Na afloop van de proefplaatsing dient de werkgever de uitkeringsgerechtigde in dienst te nemen voor minimaal zes maanden.
Hoofdstuk
Artikel 8:
proefplaatsingen
Onderdeel van Re-integratieverordening 2007 WWB, IOAW, IOAZ gemeente Aalsmeer