Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Procedure beoordelingsgesprek

Onderdeel van Functionerings- en beoordelingsgesprekken

Lid 1 De beoordeling wordt opgemaakt door de beoordelaar en voorafgaande aan het beoordelingsgesprek ter toetsing op hoofdlijnen voorgelegd aan de naast hogere leidinggevende. De naast hogere leidinggevende tekent voor akkoord. De toetsing op hoofdlijnen blijft achterwege ingeval sprake is van een beoordeling van een lid van het managementteam. Lid 2 De beoordeling wordt gemaakt aan de hand van een door het college vastgesteld gespreksformulier. In het gespreksformulier zijn de beoordelingscriteria opgenomen. Lid 3 De beoordelaar maakt aan de hand van het beoordelingsformulier een beoordeling op, waarbij zonodig een of meer informanten worden geraadpleegd. Als informant kan alleen diegene worden geraadpleegd, die een functionele werkrelatie met de beoordeelde medewerker heeft (gehad). Lid 4 De beoordelaar maakt bij de jaarlijkse beoordeling tenminste een week tevoren een afspraak met de medewerker. Lid 5 In het beoordelingsgesprek wordt de beoordeling besproken met de medewerker. De medewerker wordt tijdens dit gesprek in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze omtrent de beoordeling kenbaar te maken. Hierbij zijn de beoordelaar en de medewerker aanwezig. Eventuele verschillen van mening en duidelijke afwijkingen van de resultaten van het laatstgehouden functioneringsgesprek worden eveneens hierop vastgelegd. De beoordelaar en de medewerker ondertekenen het formulier respectievelijk voor akkoord en gezien. Lid 6 Afspraken, die gemaakt worden tijdens het beoordelingsgesprek worden vastgelegd in het beoordelingsformulier. De naast hogere leidinggevende tekent vervolgens deze afspraken voor akkoord. Lid 7 De sectordirecteur c.a. tekent de beoordeling voor akkoord en het hoofd van dienst stelt namens het college de beoordeling vast. Een afschrift van de beoordeling wordt verstrekt aan de medewerker, de beoordelaar en de naast hogere leidinggevende.

Rechtspraak bij dit artikel