Lid 1
In dit Sociaal Statuut wordt verstaan onder:
medewerker: degene, die in dienst is bij de werkgever als bedoeld in artikel 1:3;
werkgever: de gemeente Krimpen aan den IJssel vertegenwoordigd door het college;
college: het college van burgemeester en wethouders;
hoofd van dienst: de gemeentesecretaris;
sectordirecteur: degene die leiding geeft aan een sector of daarmee gelijkgestelde dienst of afdeling en als zodanig lid is van het Managementteam;
CAR: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;
KUWO: Krimpense Uitwerkingsovereenkomst;
Georganiseerd Overleg; de Commissie voor georganiseerd overleg als bedoeld in artikel 12:1 van de CAR/UWO
Sociaal plan : nadere afspraken over de personele gevolgen van een bepaalde organisatiewijziging vanwege het specifieke of ingrijpende karakter van deze wijziging gebaseerd en aanvullend op dit Sociaal Statuut;
organisatiewijziging: een belangrijke, structurele verandering van de werkzaamheden of de organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan) waaraan personele gevolgen zijn verbonden;
nieuwe organisatie: de gewijzigde ambtelijke organisatie (of een onderdeel daarvan) dan wel een andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie waarin de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) worden ondergebracht
privatisering: organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij;
publiekrechtelijke taakoverheveling: organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan;
functie: het geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar is te verrichten;
ongewijzigde functie: een functie die terugkeert in de nieuwe organisatie en die gelijk of nagenoeg gelijk is (dat wil zeggen voor ten minste 65%) is aan de oorspronkelijke functie;
gewijzigde functie: een functie die in vergelijking tot de oorspronkelijke functie voor ten minste 50% doch minder dan 65% terugkeert in de nieuwe organisatie;
nieuwe functie: een functie in de nieuwe organisatie die in vergelijking tot de oorspronkelijke functie voor 50% of meer is gewijzigd;
vervallen functie: een functie die in de nieuwe organisatie niet meer terugkomt;
passende functie: een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de medewerker redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de oorspronkelijke functie, maar kan ook van één functieniveau hoger of van één of in uitzonderlijke gevallen twee functieniveaus lager zijn dan de oude functie;
geschikte functie: een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de medewerker bereid is te vervullen. Een geschikte functie kan één of twee functieniveaus lager zijn dan het niveau van de oorspronkelijke functie;
functievolger: medewerker met een ongewijzigde en gewijzigde functie;
boventalligheid: situatie waarbij meerdere medewerkers een vergelijkbare functie vervullen en de formatieve ruimte binnen het aantal vergelijkbare functies zodanig wordt verminderd zodat niet alle medewerkers hun functie kunnen volgen;
herplaatsingskandidaat: de medewerker die (nog) niet geplaatst is in een ongewijzigde, passende of geschikte functie, zoals bedoeld in artikel 4:11
functieboek: het samenstel van korte omschrijvingen van alle functies, zoals deze na de implementatiedatum in de nieuwe organisatie voorkomen;
personele gevolgen: gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokken medewerkers;
salaris: het voor de medewerker geldende bedrag van de aan de medewerker toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de CAR-UWO;
salarisperspectief: de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste bedrag van de functieschaal van de medewerker en eventueel schriftelijk vastgelegde andere individuele salarisafspraken;
bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de medewerker toegekende emolumenten en toelagen, niet zijnde onkostenvergoedingen als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c van de CAR-UWO;
toelage: de toelage waarmee het salaris wordt vermeerderd als bedoeld in artikel 1, zesde lid van de Bezoldigingsverordening met uitzondering van de waarnemingstoelage als bedoeld in artikel 3:1:2 CAR-UWO;
dienstjaren: het aantal pensioengeldige jaren doorgebracht in overheidsdienst;
anciënniteitsbeginsel: de volgorde gebaseerd op het aantal dienstjaren, waarbij aan het grootste aantal dienstjaren de meeste waarde wordt toegekend;
afspiegelingsbeginsel: toepassing van het anciënniteitsbeginsel per leeftijdsklasse bij vergelijkbare functies.
Lid 2
Daar waar in het Sociaal Statuut 2007 is vermeld ‘medewerker’, ‘werknemer’, ‘hij’ of ‘zijn’ kan tevens de vrouwelijke vorm worden gelezen.