Lid 1
Ter uitvoering van het besluit tot organisatiewijziging, als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:4, wordt een inrichtingsplan opgesteld. Daar is ten minste in opgenomen:
de aanleiding en de reikwijdte van de organisatiewijziging;
de bij de organisatiewijziging betrokken onderdelen;
overzichten van de functies en functieschalen met bijbehorende formatie en voor zover mogelijk gekoppeld aan de medewerkers gebaseerd op:
de oorspronkelijke organisatie;
de nieuwe organisatie;
de vergelijking tussen de oorspronkelijke en nieuwe organisatie;
overzichten van de ongewijzigde, gewijzigde, vervallen en de nieuwe functies
Lid 2
Bij de vergelijking tussen de oorspronkelijke en nieuwe organisatie genoemd in het eerste lid onder c-III worden de volgende functies onderscheiden:
categorie A functies = ongewijzigde functies;
categorie B functies = gewijzigde functies;
categorie C functies = nieuwe functies;
categorie D functies = vervallen functies.
Lid 3
Een planning van de informatie- en overlegmomenten met de Ondernemingsraad, het Georganiseerd Overleg en met de medewerkers.
Lid 4
Een inrichtingsplan wordt niet eerder vastgesteld, dan nadat de Ondernemingsraad in de gelegenheid is gesteld daar advies over uit te brengen.
Lid 5
Het college stelt het inrichtingsplan vast.
Lid 6
Het inrichtingsplan wordt ter informatie verstrekt aan de medewerkers.