Lid 1
Het college neemt het besluit tot plaatsing van de betrokken medewerker.
Lid 2
De medewerker wordt zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van het plaatsingsbesluit. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de medewerker zijn ingediend.
Lid 3
De medewerker kan bezwaar en beroep aantekenen tegen het besluit, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, conform de Algemene wet bestuursrecht.