Lid 1
Uitgangspunt bij plaatsing is het principe ‘mens volgt functie’. Hier is sprake van bij een ongewijzigde of gewijzigde functie. Afwijking van toepassing van dit principe is mogelijk op verzoek van de desbetreffende medewerker.
Lid 2
Indien voor een medewerker het principe ‘mens volgt functie’ niet van toepassing is, geldt voor hem plaatsing in een andere functie.
Lid 3
In beginsel geldt de voorkeursvolgorde bij plaatsing genoemd in artikel 4:3.
Lid 4
Afwijking van de voorkeursvolgorde is mogelijk onder de volgende voorwaarden:
de Plaatsingscommissie geeft met redenen omkleed aan de werkgever aan waarom afwijking van de voorkeursvolgorde noodzakelijk is onder aanbieding van haalbare oplossingen;
de Plaatsingscommissie betrekt in haar voorstel in ieder geval welke geschiktheid seisen voor de aangeboden functie noodzakelijk zijn;
het college informeert de Ondernemingsraad in algemene zin over de afwijking van de voorkeursvolgorde.
Lid 5
Geschiktheidseisen gelden in ieder geval voor plaatsing in een nieuwe, passende of geschikte functie. Voor het bepalen van de geschiktheid van een medewerker kan gebruik worden gemaakt van onder meer een psychologisch onderzoek, assessment etc.