Lid 1
Het Plaatsingsplan wordt bij een organisatiewijziging opgesteld om de voorkeursvolgorde van de daarbij betrokken medewerkers bij plaatsing vast te stellen.
Lid 2
De Plaatsingscommissie hanteert met inachtneming van de algemene uitgangspunten als bedoeld in artikel 4:2 bij de totstandkoming van het Plaatsingsplan de volgende voorkeursvolgorde:
de medewerker blijft zijn ongewijzigde functie vervullen;
de medewerker blijft zijn gewijzigde functie vervullen;
een medewerker, op wie lid 1 of lid 2 van toepassing is, kan deelnemen aan de belangstellingsregistratie.
indien in de situatie onder a en b sprake is van boventalligheid wordt eerst de plaatsingsvolgorde op grond van artikel 4:4 vastgesteld. Voor de overtollige medewerker die niet in zijn ongewijzigde of gewijzigde functie kan worden aangesteld, geldt vervolgens de plaatsingsvolgorde genoemd onder e.
Voor de medewerker die niet kan worden geplaatst op grond van a of b geldt plaatsing in een andere functie volgens de volgende voorkeursvolgorde:
1e. de medewerker wordt geplaatst in een passende functie in de nieuwe organisatie;
2e. de medewerker wordt geplaatst in een geschikte functie in de nieuwe organisatie;
indien voorgaande mogelijkheden zich niet voordoen, wordt onderzocht of de m edewerker boven de sterkte kan worden geplaatst.
Lid 3
Het Plaatsingsplan wordt opgesteld met inachtneming van het gestelde in dit hoofdstuk.