Lid 1
Bij het opstellen van het Plaatsingsplan wordt bij plaatsing van een medewerker in een nieuwe, passende of geschikte functie in beginsel rekening gehouden met het volgende:
de voorkeur van de medewerker voor bepaalde functies;
de geschiktheid van de medewerker van een functie, zoals die blijkt uit onder andere opleidings- en ervaringsgegevens, beoordelingsgesprekken en eventuele geschiktheidstesten;
de diensttijd van de medewerker;
de leeftijd van de medewerker;
het type dienstverband van de medewerker. Er is geen onderscheid tussen de medewerker genoemd in artikel 1:3 onder a of b. De medewerker genoemd in dat artikel in artikel 1:3 onder a of b gaat voor degene met wie een arbeidsovereenkomst is afgesloten, zoals bedoeld onder c van datzelfde artikel.
Lid 2
De medewerker is verplicht mee te werken aan gesprekken en tests die nodig zijn voor het bepalen van zijn geschiktheid voor een bepaalde functie. De hieruit voortvloeiende kosten komen voor rekening van de werkgever. Het gestelde onder artikel 5:2 is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 4:5
Plaatsing in een nieuwe, passende of geschikte functie
Onderdeel van Sociaal statuut