Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4:4

Plaatsingsvolgorde bij boventalligheid

Onderdeel van Sociaal statuut

Lid 1 Indien sprake is van boventalligheid wordt, met inachtneming van de voorkeursvolgorde van het tweede lid van artikel 4:3, de hierna vermelde rangorde gehanteerd. In beginsel rekening gehouden met het afspiegelingsbeginsel, waarbij de indeling in de volgende leeftijdsklassen wordt toegepast: 55 jaar en ouder; 45 tot en met 54 jaar; 35 tot en met 44 jaar; 25 tot en met 34 jaar; tot en met 24 jaar. Binnen de leeftijdscategorie geldt het anciënniteitsbeginsel. Lid 2 De rangorde vermeld in het eerste lid, is als volgt: de bovenste leeftijdsklasse gaat voor de lagere leeftijdsklasse; uit elke leeftijdsklasse wordt eerst één persoon geplaatst (voor zover aanwezig) en daarna wordt te beginnen met de bovenste leeftijdsklasse weer uit elke c ategorie geplaatst weer één persoon geplaatst totdat alle personen zijn geplaatst; de medewerker, te beginnen met hem die het meeste dienstjaren hebben. Daarbij gaat de oudere in leeftijd voor de jongere. de medewerker die geen overwegend bezwaar heeft te gen beëindiging van zijn dienstverband.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel