Lid 1
Indien sprake is van boventalligheid wordt, met inachtneming van de voorkeursvolgorde van het tweede lid van artikel 4:3, de hierna vermelde rangorde gehanteerd. In beginsel rekening gehouden met het afspiegelingsbeginsel, waarbij de indeling in de volgende leeftijdsklassen wordt toegepast:
55 jaar en ouder;
45 tot en met 54 jaar;
35 tot en met 44 jaar;
25 tot en met 34 jaar;
tot en met 24 jaar.
Binnen de leeftijdscategorie geldt het anciënniteitsbeginsel.
Lid 2
De rangorde vermeld in het eerste lid, is als volgt:
de bovenste leeftijdsklasse gaat voor de lagere leeftijdsklasse;
uit elke leeftijdsklasse wordt eerst één persoon geplaatst (voor zover aanwezig) en daarna wordt te beginnen met de bovenste leeftijdsklasse weer uit elke c ategorie geplaatst weer één persoon geplaatst totdat alle personen zijn geplaatst;
de medewerker, te beginnen met hem die het meeste dienstjaren hebben. Daarbij gaat de oudere in leeftijd voor de jongere.
de medewerker die geen overwegend bezwaar heeft te gen beëindiging van zijn dienstverband.