Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 16

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemming- en handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ

1. Als een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, WWB wordt een verlaging opgelegd. 2. Onder tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de WWB wordt in ieder geval verstaan: a. het op verzoek niet tijdig ter inzage verstrekken van een geldig legitimatiebewijs (art. 17, lid 4 WWB); b. het niet meewerken aan het verrichten van noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand (budgettering art. 57, sub a WWB); c. het niet meewerken aan een schuldsanering (art. 55 WWB); d. het niet meewerken aan een noodzakelijke behandeling van medische aard (art. 55 WWB); e. niet alles in het werk stellen om een boedelscheiding tot stand te brengen (art. 55 WWB); f. verkoop woning beneden de waarde (art. 55 WWB); g. te snelle intering van vermogen (art. 55 WWB); h. onderbedeling bij echtscheiding (art. 55 WWB) of beëindiging geregistreerd partnerschap; i. te late of geen aanvaarding voorliggende voorziening (art. 55 WWB); j. het niet aangifte doen door de belanghebbende zonder adres van een briefadres (art. 40 lid 2 WWB); k. het niet meewerken aan de verplichting tot het vestigen van een lening ter verkrijging van zekerheid voor de nakoming van de aan de bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen (art. 48 lid 3 WWB); l. het niet afsluiten van een zorgverzekering of het niet afsluiten van een adequate zorgverzekering (artikel 1 sub f), voor zover dit leidt tot een beroep op bijstand. 3. Van onverantwoord snelle intering van vermogen is sprake indien, vanaf het moment waarop de belanghebbende redelijkerwijs kan weten dat hij op bijstand raakt aangewezen, het vermogen afneemt tot onder de grens van het vrij te laten vermogen (artikel 34, lid 2, onder d, en lid 3, WWB) als gevolg van spendering van middelen met meer dan anderhalf maal de voor de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. Voor de toepassing van dit artikel wordt de bijstandsnorm verhoogd met de voor eigen rekening blijvende premie van een particuliere ziektekostenverzekering, alsmede met het verschil van de huurtoeslag die de belanghebbende werkelijk ontvangt en de huurtoeslag die hij zou hebben ontvangen bij een inkomen ter hoogte van de voor hem geldende bijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel