Naar hoofdinhoud
Over de periode waarvoor het ouderschapsverlof geldt wordt op de door belanghebbende op te bouwen aanspraken op verlof en arbeidsduurverkorting een korting toegepast, die evenredig is aan de omvang en de duur van het verlof. Indien de belanghebbende gedurende het ouderschapsverlof wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking te vervullen, vindt geen opschorting van dit verlof plaats. Indien belanghebbende gedurende de periode van het ouderschapsverlof ziek wordt, blijft gedurende de eerste tien aaneengesloten werkdagen de voor hem tijdens het ouderschapsverlof geldende bezoldiging ongewijzigd. Indien de ziekteperiode langer duur dan tien werkdagen, wordt met ingang van de elfde dag de korting die plaatsvindt op grond van artikel 4 beëindigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel