Gedurende het ouderschapsverlof heeft de belanghebbende die wordt bezoldigd volgens schaal 4 of hoger van de Bezoldigingsverordening, recht op doorbetaling van 75 procent van de bezoldiging over de arbeidsduur waarvoor het ouderschapsverlof geldt.
Voor de belanghebbende die wordt bezoldigd volgens de schalen 1, 2 of 3 van de Bezoldigingsverordening, geldt een recht op doorbetaling zoals vermeld in lid 1, van respectievelijk 90, 85 of 80 procent van de bezoldiging. Er komt als gevolg van de toekenning van het ouderschapsverlof geen verandering in:
de omvang van de bijdrage die belanghebbende aan het Instituut Ziektekostenvoorziening Ambtenaren verschuldigd is;
het inhoudingpercentage krachtens de Inhoudingswet overheidspersoneel 1982;
het pensioenbijdragenverhaal dat belanghebbende verschuldigd is.
Gedurende het ouderschapsverlof vindt de opbouw van de vakantietoelage plaats op basis van de bezoldiging die belanghebbende conform lid 1 of 2 geniet. In de situatie als bedoeld in artikel 5, lid 3, laatste volzin vindt de opbouw van de vakantietoelage plaats op basis van de ongekorte bezoldiging.