Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.2

Delegatie bevoegdheden m.e.r.

Onderdeel van Omgevingsverordening provincie Groningen 2009

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd de uit de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage 1994 voortvloeiende taken en bevoegdheden in het kader van de m.e.r.-procedure uit te voeren, met dien verstande, dat: indien Provinciale Staten zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag zijn, de bevoegdheid tot de vaststelling van het voornemen, bedoeld in artikel 7.13 van de Wet milieubeheer, blijft voorbehouden aan Provinciale Staten; indien Provinciale Staten bevoegd gezag zijn, de bevoegdheid tot de vaststelling van de richtlijnen, bedoeld in artikel 7.15 van de Wet milieubeheer, blijft voorbehouden aan Provinciale Staten; indien Provinciale Staten initiatiefnemer zijn, de bevoegdheid tot de vaststelling van het voornemen, bedoeld in artikel 7.13 van de Wet milieubeheer blijft voorbehouden aan Provinciale Staten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel