**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een inrichting verstaan een inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen die is aangewezen in bijlage 2. Voor zover in die bijlage bij een categorie van inrichtingen categorieën van gevallen zijn aangewezen, zijn het tweede en het derde lid slechts voor die gevallen van toepassing.
**2.** Indien het bevoegd gezag een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleent voor een inrichting, worden aan de vergunning in ieder geval de beperkingen en de voorschriften verbonden waarvan de inhoud is aangegeven in bijlage 2, voor zover in die bijlage is aangegeven dat deze van toepassing zijn op de betreffende categorieën van inrichtingen.
**3.** Het bevoegd gezag kan, voor zover dit is aangegeven in bijlage 2, afwijken van de beperkingen of de voorschriften bedoeld in het tweede lid.
**4.** Onverminderd het tweede en derde lid verbindt het bevoegd gezag aan een vergunning die betrekking heeft op het gebruik van een ligboxenstal, waarbinnen de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt, het voorschrift dat tussen 20.00 uur en 6.00 uur de lichtuitstraling vanuit de ligboxental door middel van het treffen van voorzieningen met tenminste 90 % wordt gereduceerd.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.3
Beperkingen en voorschriften
Onderdeel van Omgevingsverordening provincie Groningen 2009