**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet
werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
woning: een gebouwde onroerende zaak voor zover deze als
zelfstandige woonruimte is bewoond, alsmede de onroerende
aanhorigheden, een woonwagen of een woonschip;
woonkosten:
indien een huurwoning wordt bewoond: de op de aanvraagdatum
van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende
huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag;
indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per
maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering
van de woning verschuldigde hypotheekrente, de in verband
met het in eigendom hebben van de woning te betalen
zakelijke lasten en een naar de omstandigheden vast te
stellen bedrag voor onderhoud;
onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het
eigenaarsdeel van de onroerend-zaakbelasting, de
opstalverzekering, het eigenaarsaandeel van de
waterschapslasten;
indien een woonwagen in huur dan wel in eigendom wordt
bewoond, de tot een bedrag per maand herleide op 1 juli
geldende woonkosten, als beschreven in de Wet op de
huurtoeslag en de Regeling jaarlijkse bijdragen eigen
woonwagens.
Studerend kind: het kind dat
uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt;
aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond
van de Wet studiefinanciering 2000; of
voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
schoolkosten in aanmerking komt.
De persoon die zorg nodig heeft: de persoon die
aantoont door middel van een geldig indicatiebesluit
dat hij is aangewezen op tien of meer uren per week
zorg als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor zover het
betreft persoonlijke verzorging, verpleging,
begeleiding verblijf of voortgezet verblijf, waarbij
voor begeleiding, verblijf of voortgezet verblijf
een dagdeel geldt als 4 uren en een etmaal als 24
uren;
aantoont dat hij voor in ieder geval tien van de
uren zorg per week waarop hij op grond van het
indicatiebesluit, bedoeld onder 1., is aangewezen,
geen persoonsgebonden budget ontvangt en dat in
ieder geval tien van die uren zorg per week niet
worden verleend door een zorgaanbieder als bedoeld
in artikel 1, onderdeel j, van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten;
het college: het college van burgemeester en wethouders van
de gemeente Heumen.
**3..** De in deze verordening genoemde percentages worden berekend over de
norm voor gehuwden als bedoeld in artikel 21 aanhef onder c. van de
wet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2013