**1..** Aan de alleenstaande of de alleenstaande ouder die géén aantoonbare
woonkosten zelf betaalt, wordt géén toeslag verstrekt.
**2..** De toeslag voor de alleenstaande van 21 jaar bedraagt 10%.
**3..** De toeslag voor de alleenstaande van 22 jaar, in wiens woning geen
ander zijn hoofdverblijf heeft, bedraagt 15%.
**4..** De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of de
alleenstaande ouder, in wiens woning géén ander zijn hoofdverblijf
heeft, bedraagt 20%.
**5..** De toeslag voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder, in wiens
woning een ander of meerdere anderen zijn/hun hoofdverblijf
heeft/hebben, bedraagt 10%.
**6..** In uitzondering op het vijfde lid bedraagt de toeslag 20%, als de
ander
- het ten laste komend kind is, of
- het meerderjarig studerend kind is wiens in aanmerking te nemen
inkomen niet meer bedraagt dan 70% van de norm voor gehuwden;
of
- de ander een inwonend meerderjarig kind of ouder is en zorg nodig
heeft van de alleenstaande of alleenstaande ouder voor ten minste 10
uren per week.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.
Toeslagen alleenstaanden en alleenstaande ouders
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2013