De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 100,-- indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtige is, geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet.
De boete bedraagt ten hoogste € 200,-- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
In geval een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, geldt de volgende boete:
De bestuurlijk boete bedraagt ten hoogste € 200,-- indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de door hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 7 van deze verordening.
Het college kan de boete verlagen of afzien van het opleggen van een boete indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Indien het college de boete verlaagd of afziet van het opleggen van een boete op grond van dringende redenen, wordt belanghebbende daar schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk
Artikel 12:
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering Gemeente Aalsmeer 2007