• - De bestuurlijke boete voor overtreding, bedoeld in artikel 12, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 100,-- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
  • - De bestuurlijke boete voor overtreding, bedoeld in artikel 12, derde lid, bedraagt ten hoogste € 200,- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
  • - De bestuurlijke boete voor overtreding, bedoeld in artikel 12, tweede lid, bedraagt een verdubbeling en ten hoogste € 400,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op rond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
  • - Het college kan de boete verlagen of afzien van het opleggen van een boete indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
  • - Indien het college de boete verlaagt of afziet van het opleggen van een boete op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.