Naar hoofdinhoud
1.. De colleges of het dagelijks bestuur kunnen een voorstel tot wijziging van de regeling indienen bij het algemeen bestuur. 2.. Het algemeen bestuur zendt het wijzigingsvoorstel aan de colleges. 3.. Wijziging kan geschieden nadat het algemeen bestuur hiertoe unaniem heeft besloten. 4.. Een lid kan in het algemeen bestuur slechts voor wijziging stemmen, dan nadat hij hiervoor de instemming van het college van de deelnemer dat hem heeft aangewezen heeft verkregen. Dit college kan deze instemming pas verlenen na verkregen toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan als bedoeld in artikel 61, tweede lid van de wet. 5.. De wijziging bepaalt zelf wanneer deze in werking treedt, met in acht neming van het hierom in artikel 26 en 27 van de wet bepaalde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel