Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 58

Opheffing en liquidatie

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht

1.. De colleges of het dagelijks bestuur kunnen een voorstel tot opheffing van de regeling indienen bij het algemeen bestuur. 2.. Het algemeen bestuur zendt het voorstel aan de colleges. 3.. Opheffing kan geschieden nadat het algemeen bestuur hiertoe unaniem heeft besloten. 4.. Een lid kan in het algemeen bestuur slechts voor opheffing stemmen, dan nadat hij hiervoor de instemming van het college van de deelnemer dat hem heeft aangewezen heeft verkregen. Dit college kan deze instemming pas verlenen na verkregen toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan als bedoeld in artikel 61, tweede lid van de wet. 5.. Bij opheffing van de regeling wordt een plan opgesteld als bedoeld in artikel 56, derde lid. Het bepaalde in artikel 56, derde, vijfde, zesde en zevende lid is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel