**1.** Tijdens elke vergadering van Provinciale Staten bestaat de
mogelijkheid aan Gedeputeerde Staten of een lid van dit college
of aan de commissaris van de Koningin of aan een lid of meer
leden van Provinciale Staten mondelinge vragen te stellen.
**2.** Het lid dat vragen wil stellen maakt dit voorafgaand aan de
vergadering aan de voorzitter kenbaar. Hij geeft hierbij
nauwkeurig aan op welk onderwerp de vragen betrekking hebben en
aan wie hij de vraag wil stellen. De voorzitter kan weigeren de
vragen toe te laten, indien hij van mening is dat het onderwerp
niet voldoende nauwkeurig is omschreven.
**3.** De voorzitter meldt bij aanvang van de vergadering dat er
mondelinge vragen zijn alsmede het onderwerp waarop de vragen
betrekking hebben. De vragen kunnen geen betrekking hebben op
een onderwerp dat reeds in dezelfde vergadering onderwerp van
beraadslaging is.
**4.** De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de vragen worden
gesteld.
**5.** De voorzitter stelt de vragensteller kort in de gelegenheid om
vragen te stellen. De adressant van de vragen wordt door de
voorzitter in de gelegenheid gesteld de vragen te beantwoorden.
Na de beantwoording stelt de voorzitter de vragensteller kort in
de gelegenheid om te reageren. De adressant van de vragen wordt
tenslotte in de gelegenheid gesteld te reageren. Vervolgens kan
de voorzitter andere leden in de gelegenheid stellen vragen te
stellen over het zelfde onderwerp. Adressant wordt het woord
verleend de vragen te beantwoorden.
**6.** De mondelinge vragen worden in een tijdsbestek van maximaal
dertig minuten behandeld, tenzij de voorzitter anders
bepaalt.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 45
Mondelinge vragen
Onderdeel van Reglement van Orde PS provincie Groningen